Welkom dierbare lezers,

het bijhouden van een weblog (naast
de Rivendell website) heeft een drievoudige bedoeling.

  • Verslag uitbrengen van ervaringen en avonturen tijdens mijn reizen. Meer foto's vind je op dit reis album.
  • De praktische, theoretische en concrete stappen en plannen beschrijven die de creatie van mijn familiedomein en de realisatie van het ecodorp helpen verwezenlijken.
  • Bijhouden en delen wat boeiend, inspirerend, motiverend, helend en bevrijdend werkt.
Enjoy and be happy !

zaterdag 21 september 2013

Bagnères-de-Luchon

Dit is deel 10 van 12 van het reisverslag naar Zuid Europa tijdens de zomer van 2013.


De Fransen staan bekend als chauvinistisch en trots op hun taal, cultuur en land. En gelijk hebben ze. Ze zorgen heel goed voor hun patrimonium en dat zie je ook als je de Franse natuur verkent. Bijna een derde van het Franse grondgebied bestaat uit bos en dat willen ze ook zo houden. De mooie plekjes zijn dan ook niet te tellen. Wat een verschil met Vlaanderen waar de natuur steeds moet wijken voor industriezones, verkavelingen en shoppingcentra. Ik woonde jarenlang op 5 minuten van het Lappersbos in Brugge. Niettegenstaande betogingen, petities en een 2 jaar durende bezetting (!) van het bos door moedige jongeren, werden de prachtige bomen toch omgehakt om plaats te maken voor de betonnen blokkendozen die ze dan industriezone noemen. Er wordt niet geluisterd naar de stem van het volk, de incompetente sukkels die dit land besturen kiezen altijd voor macht, geld en groei, helaas ten koste van zuivere lucht, helder water, helende natuur en levensnoodzakelijk bos. Hoe anders is het in Frankrijk, waar het patrimonium (zowel gebouwen, pittoreske dorpjes als de natuur) zo goed mogelijk beschermd en bewaard worden, waardoor Frankrijk ook een topbestemming blijft voor toeristen.

Lac d'Oô
Een beslissing dringt zich op. Ik had nog bezoekjes gepland in Spanje en Portugal, maar verschillende overwegingen nopen mij de reisplannen te wijzigen. Mijn reisgeld is op, de dagen worden korter, de avonden en nachten kouder en mijn camper heeft wat herstellingen nodig (banden, remschijven, carrosserie,...) wil ik nog enkele duizenden km rijden. Ik besluit om rustig aan terug te keren en onderweg naar België nog wat mensen te bezoeken. Spanje en Portugal kan ik ook altijd volgend jaar bereizen, wellicht met een wagen in betere conditie. Maar eerst nog even verder de Pyreneeën verkennen, ik kan het niet laten. Naast de Ariège ligt de Haute-Garonne en daarnaast de Hautes-Pyrénées, twee departementen die ik nog nooit heb bezocht. Via St Gaudens rij ik naar Bagnères-de-Luchon, een bekend ski- en kuuroord gelegen midden de Pyreneeën op 10 km van Spanje en ook gekend als de 'koningin der Pyreneeën'. Daar zijn vele prachtige wandelingen te maken, naar meren, cols, bergflanken en watervallen. Het is, sinds de Romeinse tijd, ook een bekend kuuroord en inderdaad, aan het einde van de lange en brede boulevard vol winkeltjes staan de thermen, een groot complex waar vele zieke mensen zich komen laten behandelen. Als eerste wandeling kies ik het Lac d'Oô en het hoger gelegen Lac d'Espingo. Een mooie tocht van 6 uur. Er zijn nog 3 meren verder en hoger de berg op, waaronder het Lac Glacé wat altijd bevroren is, maar dit haal ik niet op 1 dag.

Terug bij de camper zie ik dat de voorband volledig versleten is (de ijzerdraad is reeds zichtbaar). Ik besluit naar een garage te rijden en de prijs voor 2 nieuwe banden te vragen. De eerste garage dicht bij Luchon vraagt 246 euro en de banden moeten besteld worden en komen pas overmorgen toe. Ik vind het wat duur en rij 30 km verder naar een andere garage waar de prijs 188 euro en, wat meer is, ze hebben de banden ook in stock en kunnen ze dadelijk vervangen. Na een uurtje wachten, rij ik met 2 splinternieuwe banden terug naar Luchon, want deze regio heeft nog meer moois in petto. In de garage stelden ze wel vast dat de overbrenging van het stuurwiel naar de voorwielen ook aan herstelling toe is, kostprijs zou 274 euro zijn. Ik twijfel even, maar wil voorlopig geen extra kosten meer maken.
Nog voor het donker bereik ik de tijdelijke parking op het einde van de Vallée du Lys. De 'normale' parking enkele kilometer verderop is namelijk samen met de herberg en de brug op 18 juni gedeeltelijk weggespoeld door een rotslawine. Ja, de bergen kunnen gevaarlijk zijn en trouwens, overal hier in de streek zie je beschadigingen aan de smalle wegen door de winter en lente lawines. Er is zelfs een petitie gestart om de gemeente aan te sporen snel herstellingen uit te voeren, nog voor het drukke skiseizoen begint.

Lac Vert
De volgende dag een pittige wandeling van 6 uur (categorie 3, sportief) langs tientallen watervallen naar Lac Vert (2001 m), hoog in de Pyreneeën op een boogscheut van Spanje. Schitterend en weergaloos. Nu de scholen terug begonnen zijn, ontmoet je veel minder wandelaars. Het zijn nu meestal de gepensioneerden die op pad zijn met camper of auto en die de bergpaden beklauteren, altijd goed uitgerust met wandelstokken, bergschoenen, eten, drinken, regenkledij, rugzak, gsm in geval van nood,...Zelf hou ik het op een short, t-shirt, fototoestel en mijn allstar kickers, meer niet. Helaas ben ik mijn goeie bergbottines thuis vergeten, maar het lukt me wel met de kickers, alleen oppassen wanneer het bos- of bergpad door een waterstroom gekruist wordt en vol glibberige stenen ligt. En natuurlijk doe ik geen gekke dingen. Sommigen trekken voor verschillende dagen de bergen in en dan heb je allerlei uitrusting nodig natuurlijk. Anderen doen de moeilijke wandelingen (categorie 4) en bereiden zich goed voor want het weer kan in de bergen in enkele minuten omslaan van zonnig naar gietende regen. Ook de mist is gevaarlijk, op korte tijd zie je niks meer en kun je makkelijk verkeerd stappen.

Na de wandeling rij ik naar Superbagnères, het skistation bij uitstek. Een weg vol haarspeldbochten en een helling van meer dan 10%, mijn campertje zwoegt zich moeizaam in 2de versnelling naar boven, maar het lukt. Het uitzicht is prachtig. In de winter moet dit een waar skiparadijs zijn, de hellingen liggen er nu groen bij, maar besneeuwd bieden ze zowel zachte als sterke glooiingen voor de skifanaten. Zelf spreekt het skiën mij niet zo aan, te koud en te veel hoogtes en valpartijen. Nochtans wandel ik supergraag in de bergen, en hoewel ik een milde vorm van hoogtevrees heb, maak ik ieder jaar (al 10 jaar lang) vele bergwandelingen. Die hoogtevrees merk ik opnieuw de volgende dag. Na Superbagnères (erg koud en veel wind zo boven op de berg), rij ik 15 km verder naar Hospice de France, al sinds het jaar 1200 een rustplaats voor pelgrims (naar Compostella) en tegenwoordig een vertrekpunt voor tal van wandelingen, waaronder ook een poort naar Spanje. Opnieuw een flink stijgende weg met vele bochten waar mijn campertje erg warm van loopt. In de winter zijn veel passen, wegen en cols gesloten want bij sneeuw of ijzel raak je hier gewoon niet op.

De slingerende weg naar Port de Venasque
Het gebouw beneden is Hospice, het vertrekpunt
In Hospice de France zijn verschillende wandelingen mogelijk. Na een welverdiende nachtrust begin ik de beklimming (een categorie 4 wandeling, 'tres sportif') naar de Port de Vénasque, een van de smalle doorgangen naar Spanje en reeds eeuwenlang in gebruik voor al wie de grens wil oversteken (en waar ook al veel slachtoffers zijn gevallen). Over de Pyreneeën van Luchon naar Benasque (het eerste Spaanse stadje) is ongeveer 34 km, haalbaar in 2 dagen, en vanaf Hospice zelfs in 1 dag. Het is flink klimmen, maar de conditie is goed en na 3 uur bereik ik de 4 meren (Boums du Port, zie foto boven dit bericht).

Hier durf ik niet over klimmen
(onder mij is een afgrond van 1000 meter).

Nu nog een halfuurtje naar de doorgang, maar de laatste meters zijn erg steil naar boven klimmen over de rotsen, met onder mij de gapende afgrond. Ik riskeer het niet met mijn kickers en mijn hoogtevrees en keer terug naar beneden. Blijkbaar heeft een lawine de doorgang wat afgeblokt, want volgens internet is de poort goed door te wandelen. En het zicht eenmaal je de poort door bent, is weergaloos, namelijk de majestueuze Pic d'Aneto (hier een foto). Jammer, maar het zal voor een volgende keer zijn. Toch is de Port de Vénasque het hoogste punt wat ik tijdens deze reis beklim, althans tot op 5 meter van de top (namelijk 2448 m). In Hospice neem ik een douche en rij terug naar Luchon om wat boodschappen te doen en een rustdag in te lassen. Voor het slapen gaan kijk ik naar het waargebeurde 'The Way Back' van Peter Weir over 8 gevangenen die tijdens het regime van Stalin ontvluchten uit een Siberisch werkkamp en 6500 km te voet door de barre wildernis van Mongolië, China en Tibet trekken om vrijheid in India te vinden. Slechts 3 komen ook levend aan na een uitputtende tocht zonder uitrusting of voorraad door woestijnen, steppen en over de Himalaya. Respect!

Luchon is zeker een aanrader, zowel tijdens de zomer als gedurende de winter. Er is voor elk wat wils en de omgeving is adembenemend schitterend. Tip: koop misschien een goed boek waarin de mooiste wandelingen aangegeven staan, want de kaart die het toerismebureau meegeeft is erg rudimentair en beperkt. Ik krijg er blijkbaar ook niet genoeg van en verken nog een volgende vallei: Vallée d'Oueil. Eerst naar het erg afgelegen bergdorpje Bourg d'Oueil met de camper en vandaar te voet naar Port de Pierrefite (1855 m), de doorgang over de bergen naar het aangrenzende departement Hautes-Pyrénées. Helaas, hoe hoger ik kom, hoe dikker de mist en eenmaal op de col zie ik geen fluit want ik zit midden in de wolken. Tijdens de terugkeer zie ik 2 zwevende arenden boven de vallei cirkelen. Ze laten zich meedrijven op de luchtstromen en kunnen zo, zonder inspanning, hoger en lager vliegen op zoek naar prooi. Prachtige dieren. Zo, voorlopig genoeg Luchon. Er zijn hier nog meer valleien te bekijken maar die ontdekkingen hou ik (misschien) voor volgend jaar. En ik krijg het bizarre idee om Lourdes eens te bezoeken nu ik toch in de buurt ben.

Meer foto's bij dit reisverslag in dit album: Haute Garonne

zaterdag 14 september 2013

Boubiella

Dit is deel 9 van 12 van het reisverslag naar Zuid Europa tijdens de zomer van 2013. 


Soms vraagt men mij: wat doe jij? Men bedoelt dan meestal: wat doe je voor de kost, hoe zorg je voor inkomsten? De waarde van iemand wordt blijkbaar nog altijd bepaald aan de hand van geld verdienen en een job hebben. Nooit vraagt men: wie ben jij, wat is je taak hier op Aarde, wat zijn je dromen, waar steek je energie in,...? Ik leef (financieel) van een uitkering en voel me daar helemaal niet schuldig over. Sommigen beschouwen het als profiteurschap en leven op de kap van de belastingbetaler, maar ik zie het toch even anders. Het leven op Aarde wordt geregeld en bestuurd door een kleine groep die bepaalt hoe alles verdeeld en verhandeld wordt. Geld is daarbij het ultieme machtsmiddel. Mocht het leven op Aarde werkelijk georganiseerd zijn zoals het echt bedoeld is, namelijk alles behoort toe aan iedereen om eerlijk onder elkaar te verdelen (gelijkwaardigheid) en de vele beperkende, feodale wetten zijn verdwenen (vrijheid), dan behoef ik geen uitkering. Dan neem ik ergens een stukje land in tijdelijk behoederschap, maak er een paradijsje van, bouw een eenvoudig huisje, teel mijn groentjes en deel mijn talenten. Maar dit kan nu niet, omdat de elite een geldsysteem heeft geïnstalleerd en allerlei wetten uitvaardigt die de vrijheden steeds meer inperken en het eigendomsrecht enkel beschikbaar stelt aan de mensen met geld en kapitaal. Wie geen geld heeft, valt uit de boot. Wel, dan maak ik maar gebruik van hun eigen geldsysteem en sociale uitkeringen (en zonder scrupules). Net zoals politici en topambtenaren geen scrupules hebben noch bezwaren maken om exuberante vertrekpremies op te strijken, en net zoals bankiers er geen graten in zien om belastinggeld te misbruiken om hun sjoemelende en speculerende banken te redden van het faillissement. Dit geld geeft mij ondertussen de mogelijkheid verder te werken aan de website, aan het opbouwen van allerlei netwerken, aan het inspireren van mensen, aan het verzamelen en beschikbaar stellen van informatie,...zonder vergoeding, tenzij dan de uitkering van de staat. Wat mij betreft is dit in evenwicht. Ik bouw op mijn manier mee aan een nieuwe en betere wereld en de uitkering stelt mij in staat om dit ook te doen. Mocht Ubuntu ooit doorbreken (of het basisinkomen goedgekeurd worden), dan verdwijnt mijn uitkering, maar dan komt ook de mogelijkheid en de vrijheid terug om zelf volledig in te staan voor mijn eigen bestaan en onderhoud.   

Op mijn verjaardag bezoek ik Boubiella, een schitterend domein annex boerderij van 50 hectare in de heuvels rond Le Maz d'Azil, waar jaren terug enkele mensen een leefgemeenschap begonnen op te starten. Er zijn vele wegen naar Rome en vele manieren om een ecodorp te starten. Je kunt eindeloos vergaderen met een gelijkgestemde groep en alles grondig voorbereiden: de financiële kant, de administratie en wetgeving, de visie op punt stellen, richtlijnen en waarden afspreken, de juiste mensen aantrekken, enz. En je kunt ook gewoon beginnen, zonder al die tijdrovende (maar wel essentiële) bezigheden, en dus ergens een terrein kopen en allerlei mensen laten meedoen. Deze laatste optie brengt de (onvermijdelijke) conflicten, (die ontstaan wanneer mensen samenwerken en samenleven), dadelijk in de groep en dan nog net tijdens de moeilijkste fase van een leefgemeenschap: namelijk de opstartfase, waar alle energie dient te gaan naar een harmonieuze ontwikkeling en grondige aarding van het project en niet naar conflictoplossing en discussies. Op Boubiella werd op die manier gestart en van in het begin waren er allerlei strubbelingen, discussies, ruzies en onenigheden binnen de gemeenschap. Ondertussen zijn we jaren later, de meeste bewoners hebben de gemeenschap verlaten en Boubiella zoekt nu kopers en/of investeerders om een nieuwe start te nemen. Initiatiefneemster Inge woont in haar yurt bijna als enige nog op het terrein en bekommert zich over de regelmatige bezoekers, het huis en enkele tuinen. Ik krijg een rondleiding naar de vele mooie en magische plekjes op Boubiella, langs hellingen afgewisseld met eikenbossen en vlakke weiden met in de verte de besneeuwde toppen der Pyreneeën.


Het hele (complexe) verhaal hier vertellen, zou te ver leiden, maar om het kort samen te vatten: de 4 grote en algemeen bekende valkuilen bij de creatie van een leefgemeenschap hebben dit project uiteindelijk de das omgedaan. Namelijk de wettelijk/administratieve kant, geld, visie en ego. Er werd geen duidelijke visie opgesteld, geen tot weinig afspraken (vooraf) gemaakt, het officiële aankoop- en eigenaarcontract zorgt voor problemen, de verkeerde mensen werden aangetrokken en zonder proefperiode toegelaten, er waren parasieten en profiteurs die de harmonie op het ecodorp verstoorden, er zijn geen bouwtoestemmingen, ...Uiteindelijk zijn al deze uitdagingen wel op te lossen (tenminste indien er openheid en communicatie mogelijk is tussen de bewoners, wat ook niet altijd het geval is), maar in de tussentijd stroomt de energie niet en stagneert de vooruitgang van het project. De aankoop werd als volgt geregeld: 1 eigenaar heeft 3/4 van het bedrag geïnvesteerd en een tiental anderen het overblijvende vierde deel, terwijl alle eigenaars evenveel rechten kunnen laten gelden op het terrein. Dit zorgt nu voor problemen omdat er onenigheid is tussen de eigenaars. Een betere manier om samen aan te kopen is via een SCI waarbij iedere deelnemer aandelen (en inspraak) verwerft volgens het geïnvesteerde bedrag.
Al met al werden hier alle klassieke fouten gemaakt die trouwens ook 90% van alle opstartende gemeenschappen laten mislukken. Om die fouten te vermijden zijn er enkele eenvoudige stappen vooraf te nemen. Ik som hier snel de belangrijkste op, maar zal er na de reis een langere nieuwsbrief aan wijden. Breng een gelijkgestemde groep samen en bespreek grondig (en voor de start van het project) de visie, waarden, doelen en afspraken van de gemeenschap. Door vaak samen te communiceren over deze peilers leert men elkaar en ook zichzelf steeds beter kennen, weet men wat men zelf wilt en voelt men al snel of deze groep eensgezind is en in staat tot vredevol samenleven. Deze fase van overleg en theoretische voorbereiding kan een tijd duren. Ten tweede: zorg voor een waterdichte, eerlijke financiering en maak duidelijke statuten op om het terrein aan te kopen/te verlaten en te beheren/te bewonen, en zorg dat iedere deelnemer zich gelijkwaardig en goed voelt. Wanneer het financiële aspect (aankoop terrein, wettelijke taksen, gemeenschappelijke gebouwen, accommodatie, individuele en gezamenlijke inkomstenbronnen,...) niet helder is of slecht geregeld, dan zal het ecodorp gegarandeerd falen. Ten derde: kies een rechtvaardige beslissingsprocedure (consensus bvb.) en degelijke technieken tot conflicthantering en zelfopvoeding bij egogerelateerde onenigheden (zoals geweldloze communicatie, Byron Katie, spiegelogie,...). Blijf altijd communiceren en openheid bewaren. 


Ook de koeien komen proeven van mijn kookkunsten
Een ander probleem op Boubiella zijn de 'squatteurs', dat zijn mensen die reeds op het terrein wonen wanneer het aangekocht wordt of die er nadien komen wonen (zonder toestemming). In sommige streken in Frankrijk is dit een vaak voorkomende situatie. Bepaalde gronden en terreinen staan namelijk jarenlang te koop of worden niet meer gebruikt, waardoor mensen het terrein kraken en er uiteindelijk (illegaal en gratis) gaan wonen. Afhankelijk van de burgemeester wordt dit ook gedoogd. Als nieuwe eigenaar van een terrein is het niet evident om die personen ook weg te krijgen, soms dient er een proces aan te pas te komen en dan nog. Op Boubiella wonen nog altijd squatteurs die blijkbaar geiten houden op een deel van het 50 hectare grote domein en, wat erger is, de enige waterbron vervuilen (met geitenmest en urine). Ze willen niet weg, zijn niet voor rede vatbaar en hebben ondertussen ook grote voedseltuinen aangelegd. Hoe ga je hiermee om? Is geweld en de rechtbank inschakelen de beste optie? Of zijn er andere oplossingen? Wat zou een permacultuur oplossing zijn?

In ieder geval ben ik blij dat de jarenlange moeilijkheden op Boubiella wellicht binnenkort voorbij zijn en een nieuwe start kan genomen worden, want de plaats zelf  is prachtig en de natuur overweldigend rijk aanwezig. Inge bevestigd dat het wonen in een yurt midden ongerepte natuur, waar natuurwezens al eeuwen thuis zijn, een onvergetelijke en transformerende ervaring is. Een ideale manier om het contact met jezelf en andere bewustzijnsvelden te verdiepen. De rust, de stilte, de helende aardekrachten, de elementaire wezens, de dieren, de zuivere lucht, de gitzwarte sterrennachten, het lekkere bronwater, de echte en wilde natuur overal,...dit is de ware thuis van de mens, waar men de innerlijke kracht en wijsheid herontdekt en de intuïtie en inspiratie aangescherpt worden. Helemaal anders dan het leven in een technologische wereld midden een betonnen stad, wat de gegarandeerde doodsteek betekent voor het zielenleven van een mens.
Na Boubiella verlang ik naar een nieuwe wandeltocht in een ander gebied van de Ariège. Eerst naar Foix om wat inkopen te doen en dan verder richting Andorra naar Tarascon, Ax-les-Thermes en over de Col de Pailhères (2001 m) tot in Quérigut waar ik mij in het bos parkeer om te overnachten. De beklimming en afdaling van de col met mijn camper was wel even opletten geblazen. 25 km haarspeldbochten langs een smalle baan zonder vangrails en af en toe koeien die gewoon midden op de weg staan. Koeien (en alle dieren?) hebben geen hoogtevrees want sommigen staan rustig te grazen op wel erg schuine bergflanken waar 1 misstap voldoende is om 1000 meter in de dodelijke afgrond te storten. Ettelijke dieren (ook geiten, schapen, paarden, ezels,...) zijn jaarlijks slachtoffer van fatale valpartijen in de ravijnen, meestal na een fikse regen- of sneeuwbui. 


Vele mij onbekende namen van wielrenners sieren het asfalt, wellicht nog van vroegere etappes uit de Tour de France. Mijn campertje ziet danig af van de vele bochten en het klimmen en dalen, de banden zijn al helemaal kaal vooraan en de hellingen schuiven met een slakkengangetje onder mij voorbij, want de motor trekt niet zo lekker meer als 25 jaar geleden. Deze morgen was ook nog de batterij leeg (had de lichten 2 uur laten aanstaan) maar gelukkig was ik net in Le Maz d'Azil waar een garage is die mij uit de nood hielp. Ik had eerst in het dorpje gevraagd of iemand mij wou helpen starten met startkabels. De tweede aan wie ik hulp vroeg, sprong meteen in zijn wagen en reed mij naar de parking waar de camper stond. We probeerde verschillende malen via de startkabels maar de motor wilde niet. De meeste Fransen zijn erg vriendelijk en behulpzaam, is mijn ervaring (althans in de Ariège en Aude). Maar beertje (mijn camper) doet het goed en brengt mij overal waar ik heen wil, zelfs met de toenemende roestgaten overal waardoor hij lijkt op een gehavend schip in een vergeten haven. Enkel de Piste Forestière probeer ik te vermijden, dat zijn onverharde boswegen vol rotspunten en diepe geulen die vaak leiden naar een vertrekpunt van mooie wandelingen, maar wel een aanslag betekenen voor banden, vering en motor. Je hebt hier soms echt een 4x4 nodig.


Na een rustige nacht rij ik verder naar de Catalaanse Pyreneeën in het meest zuidoostelijke departement van Frankrijk: Pyrénées-Orientales. Hier zijn andere landschappen dan in de Ariège, wat ruwer, schraler en kouder en doorspekt met vele skistations en meren. Ik stop even om een wandeling  (2 uur) te maken rond het Lac de Matemale en dan opnieuw een col over en langs de gorges de la Carança verder naar de 2 (door militair architect Vauban) versterkte en erg toeristische maar authentieke dorpjes Mont Louis en Villefranche-de-Conflent. Die laatste vind ik de mooiste met de versterkte burcht Fort Liberia boven op een heuvel welke verbonden is met Villefranche via de weg der 1000 treden, de langste onderaardse gang in Frankrijk. In Prades neem ik de afslag richting Massif de Canigou om een mooie wandeling te vinden rond de mythische berg Canigou. Rond 10 uur vertrek ik op verkenningstocht langs één van de flanken van het bergmassief die bestaat uit een collectie pieken, bergen en heuvels waarvan de Canigou de hoogste is (2785 m). Ik had al enkele geweerschoten gehoord die de stilte der vroege morgen ruw verstoorden en na een uurtje wandelen kom ik inderdaad een groep jagers tegen (het jachtseizoen is geopend en het is zaterdag, vandaar). Een bezwete hinde vlucht rakelings naast mij het bos in achterna gezeten door een meute jachthonden, die allemaal een bel en een zender rond hun nek hebben en afwisselend luid blaffen en aan het hindespoor snuffelen. De jagers (allemaal met fel fluo-oranje T-shirt voor de zichtbaarheid), komen rustig aangewandeld met het geweer schietensklaar, maar verzekeren mij dat toeristen veilig zijn en niet per ongeluk afgeknald worden. Maar ik vertrouw het niet helemaal en keer op mijn stappen terug. Jagers zijn een geval apart in Frankrijk, vrij arrogant en zich boven de wet wanend. 
Ik rij terug naar Prades en dan via Millas en de Katharenruïnes Queribus en Peyrepertuse, die ooit als arendsnesten honderden jaren de Frans/Spaanse grens bewaakten, naar Albières waar vriendin Ingrid woont. Onderweg kom ik nog in een wolkbreuk terecht net als ik via een derderangsbaantje een col aan het oprijden ben. Het water stroomt in beken over de weg en ik moet noodgedwongen even stoppen tot het ergste voorbij is. Dit is de eerste maal sinds mijn vertrek 40 dagen geleden dat er een druppel regen valt. Maar de volgende dag schijnt de zon alweer en trekken we short en t-shirt terug aan. Bij Ingrid zie ik alle vrienden terug en 's avonds gaan we nog naar de 'danse de cercle', een maandelijkse dansavond waarbij iedereen in een cirkel staat en allerlei eenvoudige volksdansjes uitvoert. Er zijn vaak allerlei activiteiten, het hele jaar door, waar mensen kunnen samenkomen en uitwisselen. En anders dan in België gebeurt het aanbieden van voeding en drank bij zulke samenkomsten altijd via 'auberge espagnole', namelijk iedereen brengt wat te eten en te drinken mee, alles wordt uitgestald op tafel en met elkaar gedeeld. I like it.

dinsdag 10 september 2013

Ariège

Dit is deel 8 van 12 van het reisverslag naar Zuid Europa tijdens de zomer van 2013. 


Het is opnieuw een stralende dag (nog geen spatje regen gezien in 35 dagen) en na het marktbezoek in St Girons heb ik zin om in de natuur te zijn. Er zijn ongeveer 70 valleien in de Ariège waaronder een aantal hele mooie. Buiten categorie en al jaren mijn favoriet is de vallei van Ribèrot. Als je ooit wilt zien, horen, ruiken, proeven en ervaren wat een pracht en wonder moeder Aarde zomaar uit haar toverhoed kan te voorschijn brengen, dan is deze vallei en de omgeving rond de Mont Valier (2838 m) een aanrader. In dezelfde buurt kies ik ditmaal de vallei van Bethmale waar ook een idyllisch meer (Lac de Bethmale) en vele wandelingen door ongerepte bossen op ontdekking wachten. Een flinke klim langsheen verlaten granges, knoestige woudbomen, grazende koeien, mekkerende geiten, heldere bergriviertjes, kletterende watervallen en zwevende roofvogels naar het hoger gelegen Etang d'Ayes, waar een gezin alvast hun tentje hebben opgezet om de nacht door te brengen midden de bergen. Nogal wat anders qua ervaring voor deze kinderen dan aan de beeldbuis gekluisterd zitten om gewelddadige videogames te spelen. De omgeving is erg indrukwekkend (ik ben vaak gewoon sprakeloos als ik de Pyreneeën ontdek) en hier kom ik zeker nog eens terug. Een tip voor verwoede, ervaren en geoefende wandelaars: de GR 10 slingert zich over de bergketens en valleien der Pyreneeën van de Middellandse zee tot de Atlantische oceaan (900 km) en behoort tot de 10 mooiste wandelroutes ter wereld. Ik heb al stukken van de GR 10 gelopen (nog nooit helemaal) en het prentbriefkaart gehalte is voortdurend heel hoog. Ook de GR Transfrontaliers loopt hier over de bergtoppen en verkent de grens tussen afwisselend Spanje en Frankrijk. Aan de Spaanse kant heb je de GR 11 en boven de cols loopt de HRP (Haute Randonnée Pyrénéenne). Maar die laatste is echt niet voor doetjes, een degelijke klimuitrusting, mondvoorraad en tent zijn verplicht. Verspreid over de routes staan refuge huisjes en berghutjes waar de trekker kan overnachten of schuilen bij slecht weer.

Na een rustige nacht in het bos, brengt ook de zondag volop zon en zin om te wandelen. Rond 9 uur rij ik eerst naar de Col de la Core (1395 m) waar je de hele vallei van Bethmale kan overzien en ook de startplaats voor enkele pittige wandelingen (sommige enkel geschikt voor ervaren klimmers met degelijke uitrusting en conditie). Het is de laatste zondag van de vakantie en veel Fransen komen toe op de col om de bergen en meren in de omgeving te verkennen. Daarna probeer ik de naastliggende vallei van Biros en rij via Sentein helemaal tot in Eylie, een piepklein bergdorpje en het laatste stukje bewoonde wereld voor de stoere Pyreneeën de grens met Spanje indrukwekkend afbakenen. Een wandeling naar de Cirque de la Plagne, met panoramisch zicht op de Pic du Maubermé (2880 m) sluit de namiddag af. Om te overnachten kies ik mijn lieveling Ribérot en parkeer op de parking Pla de la Lau, het startpunt voor tal van bergwandelingen, sommige enkel geschikt voor semi-alpinisten. De valleien rond Castillon-en-Couserans behoren tot de mooiste in de Ariège, waaronder deze 4: Ribèrot, Bethmale, Biros en Bellongue. Na een verkwikkende nacht en de longen gevuld met zuivere berglucht verken ik op maandag een route rond de Mont Valier die ik nog niet had bewandeld. Wat is er beter dan een flinke ochtendwandeling (5 uur) om de spieren soepel te lopen, het bloed rond te pompen, de conditie op peil te houden en een gezonde eetlust te krijgen. Helemaal naar boven kronkelt dit pad, eerst door een magisch woud vol bemoste stammen, grote keien, grijze rotsen en wuivende varens. Dan verdwijnen stilaan de bomen en maken plaats voor bloeiende heide, hellende grasvelden, grote distels en grillige struiken. 

In Vlaanderen zijn de vlinders verdwenen (door gmo en pesticide gebruik), maar hier zijn er tienduizenden (ik verzin het niet) die voortdurend opvliegen als ik het smalle pad (15 cm) opklim wat zich naast een ravijn omhoog slingert. Even zovele bijen en sprinkhanen zwermen en springen in het rond. Wat een drukte, voortdurend botsen vlinders en insecten tegen mij aan. Onderweg staan kleine maar lekkere frambozen en water kun je rechtstreeks uit de zuivere bergbeekjes drinken. Steeds hoger en de vegetatie wordt armer en ruwer, maar de panorama's des te mooier. Eindelijk bereik ik Cap des Lauzes (1892 m) en hier kun je kiezen om naar de top van de Mont Valier verder te klimmen of de andere kant uit naar Etang d'Ayes. Maar genoeg gewandeld voor een dag, ik keer terug naar beneden (dat gaat veel vlugger), eet een lekkere maaltijd en besluit de volgende vallei te verkennen: Bellongue.
Op dinsdag de hele vallei van Bellongue doorrijden, die bezaaid is met pittoreske dorpjes, tot aan Rouech, nog zo'n laatste bergdorp voor de Spaanse grens. Daar wandel ik de 'Sentier découverte de Haute Bellongue', een mooie tocht van een kleine 4 uur over de col en dan terug naar beneden. Vele grazende koeien kruisen mijn pad maar geen enkele mens want de scholen zijn terug begonnen en de toeristen verdwenen. Ik wandel graag alleen genietend van de vergezichten die altijd weer om van te smullen zijn.

'Non ours' (geen beren) staat vaak op de granges en het asfalt gekalkt. In dit gebied rond de Mont Valier leven zo'n 20 beren. Beren (en wolven) hebben altijd de Pyreneeën bewoond, al sinds 250.000 jaar. Maar door de jacht en het wegroven der jonge beren (om getraind te worden als circusdieren) waren ze een tijd terug bijna allemaal verdwenen. In 1962 werd een verbod op berenjacht van kracht. En in 1996 en 2006 werden dan enkele Sloveense beren uitgezet in dit gebied om de populatie terug te verhogen. Zeer tegen de zin van lokale geiten- en schapenboeren die vreesden voor hun kuddes, vandaar de protestslogan: 'non ours'. Maar onderzoek wijst uit dat er jaarlijks 150 dieren gedood worden door beren, wat slechts 1% uitmaakt van de jaarlijkse verliezen aan dieren. Bovendien krijgt de boer een vergoeding als een dier geroofd wordt door een beer. Er is ook geen gevaar voor mensen want beren komen zelden naar de bewoonde wereld en bij een ontmoeting in het bos lopen ze vaak verschrikt weg. Tip: blijf kalm, geef de beer een vluchtmogelijkheid en ga langzaam achteruit (niet lopen). Van mijn part mogen de beren terugkomen op bergflanken der Pyreneeën.
Eindeloos wandelplezier biedt de Ariège, langs meren, in bossen en op bergen, en overal vind je schitterende plekjes en routes waar volop zuiver water, gezonde lucht en ongerepte natuur aanwezig zijn en waar paradijselijke vergezichten doen dromen van vrijheid.
Meer foto's van de wandelingen op dit album: Ariège.  


zondag 8 september 2013

Bouguet

Dit is deel 7 van 12 van het reisverslag naar Zuid Europa tijdens de zomer van 2013. 


Ravenwood ligt aan de voet van de Alpen en dus ook dicht bij Frankrijk. Na Damanhur rij ik eerst naar Turijn en dan richting de Alpen en over de col de Montgenèvre tot in de Franse bergstad Briançon, net over de grens. Even buiten de stad, naast een wild stromende en heldere bergrivier, breng ik de nacht door. De volgende dag verder richting Pyreneeën doorheen de prachtige departementen Hautes-Alpes en La Drôme, langs de gorges de St-May, en steeds dieper naar het zuiden via Carpentras, Avignon (de ommuurde stad met de beroemde halve brug over de rivier – sur le pont d’Avignon), en verder naar Montpellier, Béziers (waar in de 13e eeuw de volledige bevolking van 20.000 weerloze burgers werd afgeslacht in naam der katholieke kerk), Carcassonne (de goed bewaarde en mooie middeleeuwse stad) tot in Limoux. In de wijde omgeving rond Limoux wonen namelijk verschillende vrienden die ik wil bezoeken. Na een weekend gevuld met vreugdevol bijpraten en een blij terugzien, begint dan een nieuwe vakantie- en exploratieweek. Hier volgt een overzichtje.

Het dorpje Bucharach met de magische berg
Op maandag beklim ik de magische berg Bugarach (samen met het elfenwoud van Nebias, de gorges de Galamus, de Katharenkastelen Peyrepertuse en Queribus, de vallei van Puivert en de warmwaterbronnen van Rennes-les-Bains mijn favoriete plekjes in de Aude). Ik overnacht bij het Lac de Montbel waar ook activiteitencentrum Joia gelegen is en waar ik vriendin Els ontmoet die daar een zangworkshop geeft.
Dinsdag bezoek ik Foix, waar het enige nog redelijk intacte Katharenkasteel hoog op een heuvel uittorent boven de middeleeuwse steegjes van de oude stad. Ook neem ik de tijd om een nieuw bericht op de reisblog te plaatsen (Ravenwood). Gratis internet is makkelijk te vinden in Frankrijk. Meestal ga ik naar het office de tourisme, de plaatselijke bibliotheek of een McDonalds (de Fransen zeggen mecdoo), waar je onbeperkt op internet kunt zonder paswoord of de verplichting iets te consumeren. Een warme douche vinden is iets moeilijker. Meestal neem ik er één bij vrienden, of op een camping of stiekem binnenglippen in de stedelijke sportzaal. Tegen de avond rijd ik naar het leuke dorpje Le Mas d’Azil waar ik aan de prehistorische grot parkeer om te overnachten. Ik kuier nog even door de immense grot en bezoek daarna een atelier waar een glasblazer live aan het werk is temidden zijn mooie bekers, lampen, vazen en ander kunstzinnig en kleurig glaswerk. Boeiend en heel warm met de opgestookte en stralende ovens die het glas laten smelten.
Met een flinke ochtendwandeling naar de dolmen en een korte meditatie begint de woensdag. Daarna naar het wekelijkse marktje in Le Mas d’Azil om lokale groenten en huisgebakken brood te kopen. In de namiddag bezoek ik de kleine gemeenschap Bouguet in Camarade en heb een lang gesprek met Stephan, een der bezielers van het project. Bouguet werd 6 jaar geleden aangekocht, is 9 hectare groot en situeert zich midden het platteland langs een rivier in het heuvelachtig gebied rond Le Mas d’Azil. Een prachtig terrein zoals er zovele zijn in de Ariège. Een zestal volwassenen en evenveel kinderen wonen hier in diverse (voorlopige) constructies zoals domes, cabanes, yurts en caravans. De hele groep is bezig met de bouw van een groot gemeenschappelijk gebouw waar onder meer een keuken en een activiteitenruimte in komen. De gebruikte techniek is strobalenbouw afgewerkt met leem.

 Anders dan op Ravenwood wordt hier intens gebruikt gemaakt van wwoof en helpx en het organiseren van chantiers (dat zijn gezamenlijke bouwdagen waar tientallen mensen komen meehelpen), waardoor snelle vooruitgang geboekt wordt. Ook aan een ander definitief woonhuis (een blokhut) wordt momenteel gewerkt, waar dan later een gezin met 2 kinderen zal wonen (die nu voorlopig een huisje huren in het dorp). Ook de andere medebewoners zijn van plan woonunits te bouwen, de meeste zonder bouwtoestemming en dus illegaal. De burgemeester is komen zien en maakt geen bezwaar en vindt het lemen huis zelfs erg mooi (hoewel het gedeeltelijk illegaal is). Zolang de buren geen klacht neerleggen, kunnen de bewoners hun gang gaan. En Bouguet ligt afgezonderd en onzichtbaar voor buren, dus dat zit wel goed.
Nog volgens Stephan is de basis voor een hechte gemeenschap het koesteren en daadwerkelijk leven van dezelfde waarden door alle bewoners. Op deze gemeenschap zijn dit boeddhistische waarden (die voor een stuk gelijklopen met andere spirituele tradities), zoals mededogen, tolerantie, vrede, eenvoud, behulpzaamheid,... De meeste bewoners doen ook Vipassana meditatie zonder dat dit een opgelegde verplichting is. Men heeft ook een soort huishoudreglement en een aantal afspraken opgesteld (deels voor de vele vrijwilligers die komen helpen). Vroeger was dit er niet en de ervaring was toen dat er veel onduidelijkheid was en dat zorgde voor frustraties, onbegrip, wrevel en ergernis over allerlei al dan niet nagekomen afspraken. Nu er duidelijkheid heerst over wat wel en niet kan op Bouguet, zijn vele oorzaken tot dispuut en communicatiestoornissen verdwenen. Volgens Stephan zijn de meest duurzame en levensvatbare gemeenschappen gebaseerd op gezamenlijk gedragen spirituele waarden. Denk maar aan kloosterorden en religieuze groepen die duizenden jaren stand houden. Gemeenschappen die politieke, ecologische of andere ideologieën als basis nemen, verdwijnen al snel in de loop der tijd en worden afgelost door groepen met nieuwe en andere ideeën. Een gemeenschap zonder duidelijke visie en gezamenlijk gedragen waarden en afspraken is als duiventil, mensen komen en gaan en er ontbreekt coherentie. Vandaar zijn argument om deze gemeenschap op een spirituele basis te stoelen. Nochtans kun je nooit vooraf weten indien een toekomstige bewoner de waarden ook innerlijk voelt en leeft en dus op dezelfde lijn zit. Dit kan alleen maar duidelijk worden na een proefperiode waarin beide partijen (de gemeenschap en de nieuwkomer) elkaar beter leren kennen. Dat is de reden waarom de meeste ecodorpen en gemeenschappen een verplichte proefperiode inlassen. Het voorkomt vele ontgoochelingen en moeilijkheden.

Ook hier merk ik (net als op Ravenwood) dat de meest eenvoudige manier om een gemeenschap te beginnen een gezamenlijke aankoop is van een mooi en wat afgezonderd terrein, en dus zonder te wachten op allerlei toestemmingen en goedkeuringen. Gewoon (klein) beginnen en van daaruit co-creëren. Er zullen altijd obstakels en uitdagingen opduiken, dat is onvermijdelijk, maar daar kan dan ter zijner tijd wel een antwoord op gevonden worden. Zaak is de eerste stap te zetten en zien hoe het universum dan samenspant om de droom te manifesteren.
Een ander verschil met Ravenwood is dat op Bouguet een duidelijk plan en werkritme aanwezig is waardoor de gemeenschap mooie praktische én energetische resultaten boekt. Ik beweer niet dat planning beter is dan een losse structuur, alles heeft zijn verdienste. Men dient gewoon te voelen waar men zich thuis voelt. Een ecodorp vormgeven betekent niet alleen werken aan het gemeenschappelijke aspect en de persoonlijke dromen, maar evenzeer werken aan zichzelf. De menselijke confrontaties die zich dagelijks aandienen, zijn van die aard dat ze uitnodigen tot innerlijk werk en zelfopvoeding. Stephan claimt dat iedere bewoner eerst bij zichzelf te rade gaat wanneer een conflict opduikt, want alles wat voorvalt is slechts een reflectie van eigen innerlijke patronen en blokkades. De uiterlijke wereld en haar gebeurtenissen werken als een trigger en uitnodiging om onverwerkte energieën in het onderbewuste aan te pakken. En op een ecodorp wordt alles versneld en uitvergroot omdat zoveel mensen met verschillende karakters samenleven. Niet simpel en wel zo confronterend, maar ook helend en bevrijdend. Ik geef hem de link naar de common ground van Findhorn, een mooi voorbeeld van enkele richtlijnen die het samenleven op een ecodorp wat omschrijven.
Iedere familie op Bouguet heeft een eigen project en verlangen waar men energie en tijd in wil steken. Bij Stephan en Lizzie is dit bvb. het opzetten van een homeschooling faciliteit (thuisonderwijs) in de gemeenschappelijke ruimte. Zowel bedoeld voor de kinderen van de gemeenschap als voor kinderen uit de naburige dorpen. De kunst om een succesvolle gemeenschap te creëren is nu om de diverse verlangens en dromen der bewoners samen te laten vallen binnen het ecodorp. Waardoor iedere bewoner de kans krijgt zijn/haar taak op te nemen en/of passie te leven en daarnaast ook oog en aandacht kan en wil opbrengen voor de gemeenschap en de dromen der andere bewoners. Het is een voortdurende evenwichtsoefening, maar als het lukt, krijg je een bijzonder krachtige gemeenschap, waar de som vele malen groter is dan de afzonderlijke delen.
Na mijn bezoek aan Bouguet rijd ik naar een rustig plekje om een verkwikkende nacht door te brengen (na een filmavond (Life of Pi) op de laptop). Ik ontmoet daar een Franse man die een vervallen grange gekocht heeft met 4 hectare grond en waterbron voor slechts 8.000 euro. Weliswaar erg afgelegen in de vallei van Bethmale, maar toch een koopje. Regelmatig gaat hij er heen om de schuur verder op punt te stellen als vakantiewoning. Hij geeft mij wat tips om goedkope terreinen te vinden en ook de beste regio's om te zoeken. De buitenkansjes zijn niet te vinden via immokantoren of de notaris, maar door in de dorpjes rechtstreeks de bewoners aan te spreken met de vraag indien zij iets te koop weten. In de Ariège staan nog zo'n 1500 al dan niet vervallen granges, waarvan vele ook te koop zijn. Bij het immokantoor wordt de prijs dadelijk verdubbeld (of nog meer verhoogd), terwijl rechtstreeks aan de eigenaar kopen altijd de beste optie is. Toch even opletten bij een eventuele aankoop, want soms zijn de gronden bij de grange verhuurd aan boeren om hun geiten te laten grazen of is er geen berijdbare weg of gelden er waterrechten of ligt het terrein te hoog waardoor er enkel in de zomer kan gewoond worden of zijn er andere addertjes onder het gras.

Op donderdag eerst naar St Girons om de mailbox te checken en daarna op bezoek bij 2 Vlaamse mensen die sinds 4 jaar op het heuvelachtige platteland rond Rivérenert wonen. Gunter en Marion (en dochter Alana) hadden en hebben het plan (zoals velen) om autonoom te leven en hebben de stap naar emigratie gezet. Voor een stuk zijn ze daar ondertussen in geslaagd (eigen woning, zonnepanelen, waterbron, groentetuin,...), maar nog steeds is er ook geld nodig, vooral met een schoolgaande puber. Beiden hebben een job in een departement waar toch weinig werk te vinden is en waar jonge mensen uit wegtrekken naar de grote stad (Toulouse). Gunter zit in de sector van de hernieuwbare energie en Marion geeft healing en organiseert workshops (White-Time-Healing). Daarnaast verhuren ze een ook een aangrenzende gite. Momenteel zoeken ze nog wat hun weg hier en zijn ze onder meer betrokken bij de voorbereiding tot de creatie van een leefgemeenschap.
Opvallend is de duidelijke tendens in de regio's die ik vaak bezoek (Corrèze, Lot, Ariège, Aude) dat de initiatieven om anders samen te leven als paddenstoelen oprijzen uit de oude wereld. Dit was enkele jaren terug nog helemaal niet zo frappant aanwezig. De tijd en (een deel) der mensen zijn duidelijk rijp om nieuwe samenleefverbanden te exploreren en overal ontstaan nu ecodorpjes. Dit zal in de toekomst alleen maar toenemen. Ook Gunter vind, net als ikzelf, dat de ultieme oplossing en de beste manier om de oude wereld voorgoed te laten verdwijnen, om die matrix te verlaten waar een kleine elite dagelijks vernietiging en angst zaait; de oprichting is van autonome, kleinschalige eco-gemeenschappen. Een nieuwe wet zou binnenkort gestemd worden waardoor permanente yurtbewoning toegestaan wordt in Frankrijk. Een hele vooruitgang die voor veel mensen een oplossing brengt. Wellicht is de wetsaanpassing ingegeven door het feit dat veel mensen gewoon niet langer in staat zijn de hoge huurprijzen te betalen, laat staan een huis te kopen of een lening af te betalen. Een yurt met een zonnepaneel gelegen op een mooie plaats met een bron en aan een betaalbare prijs (in de Ariège is deze combinatie makkelijk te realiseren), is voor veel mensen een haalbare weg om in vrijheid een menswaardig bestaan op te bouwen.
Gunter en Marion erkennen ook de hoofdoorzaak voor alle ellende op Aarde, namelijk het wurgende geldsysteem wat slavernij en onrechtvaardigheid brengt, en de enige oplossing (wellicht op langere termijn) is de afschaffing van geld als economisch machtsmiddel (zie opnieuw Ubuntu). Het is ons beiden overduidelijk dat de monetaire zeepbel ooit en onvermijdelijk zal barsten en de wereld in een ongeziene crisis zal storten en dan kun je best op een ecodorp wonen en niet in de stad waar chaos en geweld zullen rondspoken.
Na een boeiende uitwisseling en de belofte contact te houden, zoek ik mij opnieuw een schitterend slaapplekje, ditmaal op de Col d'Ayens midden in het stille woud en met zicht op de Pyreneeën. Helemaal alleen en geen enkel artificieel geluid noch licht verstoren de nacht. Zalig genieten is dit. Wel niet verschieten als een everzwijn tijdens de nacht komt rondsnuffelen op zoek naar lekkers.
De vrijdag begint met een ochtendwandeling in de eindeloze bossen rond Rivèrenert. De Ariège is zonder twijfel het mooiste departement van Frankrijk (althans van degene die ik al bezocht heb en dat zijn er heel wat) en bestaat voor de helft uit beschermd natuurgebied en nationale parken (officieel: Parc Naturel Régional des Pyrénées Ariégeoises). Overal zie je helder water, groene wouden, typische dorpjes en de majestueuze bergen. Ik rij terug naar beneden langs een smalle asfaltweg slingerend doorheen piepkleine hameautjes waar de straten zo smal zijn dat mijn camper amper 5 cm ruimte heeft om tussen de huismuren door te rijden en waar de kippen vrij rondlopen en de honden midden op de weg een dutje doen. Ik stop aan een camping vlak voor St Girons om een warme douche te nemen (2,5 euro) en dan een rustige namiddag tegemoet met een wandeling door de oude stad die ligt aan de samenkomst van 2 rivieren en omringd wordt door 18 wonderlijke valleien.

Op zaterdag uiteraard eerst de bekende en uiterst sfeervolle markt in St Girons (verplichte kost als je ooit in de buurt bent) Vanuit de 18 valleien hoog in de bergen daalt dan iedereen naar beneden om hun geitenkaas, zelfgebakken brood, eigen geteelde groentjes en artisanale juwelen te verkopen. De markt is vrij (zoals de meeste lokale marktjes in de Ariège), wat betekent dat iedereen mag verkopen, zelfs als je geen handelaar bent of btw nummer hebt. De markt breidt nog ieder jaar verder uit, heb ik de indruk. Grote pannen met paella, Indische rijst en ratatouille staan te pruttelen en verspreiden heerlijke geuren. Straatmuzikanten fleuren het geheel op. Een hoop toeristen uiteraard, maar ook veel lokale bergbewoners en oude hippies en veruit de leukste markt die ik ken. Of op welke markt zie je een man die zonnepanelen verkoopt naast een meisje wat gratis kittens weggeeft, of een standje met enkel look (tientallen soorten) en een rondrijdende bakfiets met een fruitpers op (vers sinaasappelsap terwijl je wacht), of mijn favoriet: een vrouw aan een tafeltje met een ouderwetse typemachine die gedichten schrijft.
Bekijk meer foto's bij dit bericht op het album: Bouguet. Met ook een twintigtal foto's van enkele van de 1500 granges (schuren) in de Ariège, om een idee te krijgen van hun uitzicht en ligging (soms boven op berg of midden een serieuze helling). De granges werden en worden gebruikt als opslagplaats, schuilplaats voor dieren of slaapplek voor de herder. Vele staan te koop (aan schappelijke prijzen) en kunnen gerenoveerd worden tot leuk vakantiehuis. Voor permanente bewoning liggen sommige granges soms te hoog en daardoor onbereikbaar tijdens de winter.
Volgende keer: op wandel in het mooiste departement van Frankrijk.