Welkom dierbare lezers,

het bijhouden van een weblog (naast
de Rivendell website) heeft een drievoudige bedoeling.

  • Verslag uitbrengen van ervaringen en avonturen tijdens mijn reizen. Meer foto's vind je op dit reis album.
  • De praktische, theoretische en concrete stappen en plannen beschrijven die de creatie van mijn familiedomein en de realisatie van het ecodorp helpen verwezenlijken.
  • Bijhouden en delen wat boeiend, inspirerend, motiverend, helend en bevrijdend werkt.
Enjoy and be happy !

woensdag 29 oktober 2014

Het staande volk en de zwijgende wachters

Lac de Bethmale

Ik besluit om een wandelweekje in te lassen en enkele van de vele valleien in de Ariège op te zoeken, beginnend met mijn favoriet: Ribérot. In vorige berichtjes bejubelde ik reeds de pracht van de omgeving rond de Mont Valier (2838 m). Ik hou van de Ariège, 5000 km2 natuurpracht en pittoreske dorpjes (en slechts 150.000 inwoners). Ja, er zijn uiteraard nog vele andere mooie plekjes op Aarde, denk aan Nieuw Zeeland, Canada, Thailand, Oostenrijk, enz. Maar ik voel me thuis hier aan de Pyreneeën,...en het is niet zo ver van Vlaanderen.
De Ariège: eerst het voorgebergte met glooiende hobbit landschappen, dan het middengebergte vol groene valleien en cols en uiteindelijk de glorieuze bergen en pieken (tot 3000 m) die als zwijgende wachters de eeuwen voorbij zien glijden. Overal water (rivieren, beken, bronnen, meren en watervallen) en bossen vol majestueuze bomen die als een statig staand volk weer en wind trotseren. In dit departement met 70 valleien is die van Ribérot één der allermooiste.  
  
Etang Rond
Van op de parking (bij La Maison du Valier) vertrek ik voor een klim van 6u30 naar Etang Rond op 1929 m. Een ondertussen bekend pad want reeds voor de vierde keer in 7 jaar stap ik naar het ronde meer. Het is een fikse klim en door te weinig beweging is mijn conditie niet echt optimaal, ik voel de vermoeidheid en kuitpijn toenemen. Eenmaal aan het ronde meer doe ik poging om ook nog het hoger gelegen Etang Long (2125 m) te bereiken maar ik strand op 100 m omdat de klim mij te steil en gevaarlijk lijkt. Na een verkwikkende nacht in de camper rij ik de volgende dag terug naar Castillon, het bergstadje van waaruit je enkele der mooiste valleien van deze regio (Couserans) kunt bezoeken (Bellongue, Biros en Bethmale). In Bordes sur Lez neem ik de prachtige D17 die zich over de Col de la Core (1395 m) slingert tot in het volgende, typische bergstadje Seix. Onderweg kun je afslaan naar Lac de Bethmale, een vertrekpunt voor vele bergwandelingen. De vallei van Bethmale heb ik vorig jaar al wat verkend. Deze keer neem ik in Seix de D3 naar Salau, tot heel dicht bij de Spaanse grens. De D3 is werkelijk prachtig, vele kilometers kronkelend langs een wilde bergrivier rechts en de overweldigende wouden links. Hier en daar is een gerestaureerde schuur of vervallen grange tussen de bomen zichtbaar. Eerst nog een typisch bergdorpje voorbij (Couflens) en dan als eindbestemming Salau, een nog kleiner gehuchtje, waar ik mij parkeer midden in het woud tussen de bergen. Zo afgelegen dat s'nachts de stilte bijna voelbaar is en sporadisch enkel wat vreemde vogel- en dierengeluiden hoorbaar zijn. 

Op weg naar Port de Salau
De volgende dag vertrek ik rond 10 uur naar Port de Salau (2087 m), een doorgang naar Spanje die in de loop der eeuwen door duizenden mensen is gebruikt. Eerst de Romeinen (die de moslims en barbaren de pas afsneden), later handelaars die hun goederen op muilezels over de bergtoppen voerden. Van Spaanse kant werd zout, olijfolie en merino wol ingevoerd om te verkopen op de marktjes van Salau en Seix. De Spaanse handelaars keerden dan terug over de berggrens met Franse wijn, graan en allerlei vlees (koe, geit, schaap). Toen na 1880 de spoorweg werd aangelegd, verdwenen deze (loodzware) handelsactiviteiten. Nog later tijdens WO2 werden joden en partizanen over deze pas (en nog vele andere passen in de Pyreneeën) in veiligheid gebracht. 
De weg is zoals steeds prachtig (het is een stuk van de GR10). Eerst door een bos en langs watervallen, dan klimmen over de bergen tot aan de pas. Het is erg rustig want de vakantie is voorbij. Toch ontmoet ik verschillende mensen waarmee ik telkens een praatje maak, soms een kwartier lang. Het is de Franse gewoonte om iedereen die je ontmoet op wandeltocht een goedendag te wensen. Eerst kom ik een Franse jager tegen die buiten aan zijn gerenoveerde schuur op zoek is naar adders die s'nachts zijn rust komen verstoren. Hij woont in het laatste huisje voor de col en de pas, maar hij gebruikt deze schuur enkel in de zomer. Hij jaagt op everzwijnen en is niet te spreken over de Sloveense beren die jaren terug werden uitgezet in deze regio. Hij zag onlangs nog een berin met 2 jongen rondlopen in de buurt, maar meestal is er geen gevaar voor mensen, enkel geiten en schapen zijn hun makkelijke slachtoffers. Een vriendelijke man, zoals iedereen die ik ontmoet. Op internet lees je vaak verhalen van emigranten die niet te spreken zijn over de Franse mentaliteit, dat het moeilijk is om in te burgeren en vrienden te maken, dat Fransen erg terughoudend zijn en vreemdelingen moeilijk toelaten in hun dorpen. Maar mijn ervaring is toch anders. Al 10 jaar kom ik naar Frankrijk, vaak gedurende vele maanden en in verschillende regio's. En nog nooit heb ik een negatieve ervaring met een Fransman gehad. Ik ontmoet steevast charmante, behulpzame en erg vriendelijke Fransen. Misschien ligt het aan mij of aan de emigranten die geen moeite doen om zich te integreren.

Metalen schuilhut midden de berg
 
Ik stond helemaal alleen op de parking om de nacht door te brengen, maar 's morgens vroeg hoor ik een tiental wagens toekomen met klimmers, wandelaars en vissers. Sinds mijn nomadenbestaan heb ik geen duidelijk besef meer van de (Gregoriaanse) tijdkalender, ik volg meer de natuurlijke ritmes en manen. Zo dacht ik dat het vandaag dinsdag was, maar het blijkt  zaterdag te zijn en de Fransen komen dus volop genieten van een uitstap naar de natuur. De zon straalt en het belooft een prachtige dag te worden. Ik kies voor deze derde wandeling een klim naar Cirque de Cagateille (in de Vallée d'Ustou), een klein uurtje stappen, en daarna hogerop naar het Lac de la Hillette. Opnieuw een prachtig pad, door berkenwouden en langs groene weiden tot aan het keteldal (= Cirque). Ik geniet even van de groene, lieflijke omgeving en begin dan aan de steile klim doorheen een dicht naaldbomenbos. Overal zitten grote keien en rotsen op het pad, sommige vergroeid met de dikke wortels van de oeroude bomen die overal het woud bevolken. Het is erg steil omhoog en sommige moeilijke passages zijn versterkt met planken en treden. Steeds hoger en de bomen wijken, verminderen in aantal en maken plaats voor heide, struiken en platte stenen waarover de GR verder naar boven loopt. Bij regenweer worden deze stenen erg glibberig en is een valpartij vrijwel zeker, ook al omdat ze soms tot 30% hellen. Het 'pad' wordt steeds moeilijker en bij sommige stukken zijn stalen kabels in de rotsen geboord om jezelf naar boven te trekken. Niet echt mijn ding, brrr. Maar ik waag het toch en na 2 uur klimmen kom ik dicht bij het Lac. Er is nog een lastige afdaling om bij het meer te komen, opnieuw met kabels in de rotswand om jezelf naar beneden te laten. Ik durf het niet, het lijkt mij supergevaarlijk. 

Lac de la Hillette
Twee Franse dagtoeristen komen toe en durven het ook niet aan, na een kijk in de diepte. Ze hebben wel een topografische kaart bij en zien een ander pad naar het meer, een omweg naar boven maar minder gevaarlijk (hopelijk). Ik volg hen een tijdje tot ik een plaatsje vind om wat te rusten en een foto van het meer te nemen. Ik besluit terug te keren om de volgende vallei op te zoeken. Op de terugweg naar beneden ontmoet ik een Frans koppel uit Toulouse die al 40 jaar de Pyreneeën bezoekt en bewandelt. Ze geven mij enkele tips voor volgende wandelingen. Volgens hen is de Ariège op haar retour en dat zie je aan de armtierige dorpjes waar vele huizen dringend toe zijn aan herstel en renovatie, maar waarbij het geld ontbreekt. Ooit was er een bloeiende (agrarische) economie in de Ariège. Heden ten dage is er enkel nog toerisme. Wandelaars en klimmers tijdens de zomer en skiën in de winter. En inderdaad, ik kan bevestigen dat heel veel huizen in de dorpen en steden er erg vervallen uitzien met kapotte ramen, afbladderende verf, barsten in deuren en muren. Maar dat komt ook omdat de Fransen minder waarde hechten en geld spenderen aan een hoop stenen dan bvb. aan lekker eten en genieten. Ook vertellen ze dat het inburgeren als vreemdeling in de Ariège niet evident is. Zelfs Franse inwijkelingen die bvb. van Lyon of Bordeaux komen worden na tientallen jaren nog steeds niet volledig aanvaard. Dat is eigen aan alle berggebied met haar eerder norse en terughoudende bevolking. Maar, aan de andere kant, de oude bevolking sterft uit, de jongeren trekken naar Toulouse, de autochtone inwoners verlaten de Ariège en in de plaats komen vele buitenlanders zich hier vestigen. Het brengt ook mooie kansen voor wie zelfvoorzienend wil leven want er is plaats zat en overal is water (een essentiële factor op het familiedomein). Enkel de vastgoed prijzen blijven onnatuurlijk hoog, 50.000 € voor een vervallen grange in berggebied is echt overdreven.

Cascade d'Ars
Na een flinke klim en afdaling van 5u30 kom ik terug bij de parking. Zo'n bergwandeling kun je vergelijken met 5 uur trappen lopen. Eerst 2 tot 3 uur de trap op (en sommige treden zijn 1 meter hoog) en dan 2 uur de trap af (erg belastend voor de knieën). Maar mijn conditie verbetert zienderogen en ik geniet van de zon en de inspanning. Het grote pluspunt is uiteraard de weergaloze natuur overal, die volop energie en verwondering schenkt.
Ik vertrek richting Le Trein d'Ustou door kleine dorpjes met smalle steegjes om de afslag naar Aulus-les-Bains te nemen. Onderweg stop ik even om een douche te nemen in de gemeentelijke camping van St Lizier d'Ustou. Het zweet van de klim afspoelen, dat doet deugd. En dan over de col de Latrape tot in het typische bergdorpje Aulus.
De volgende dag een korte wandeling van 3 uur naar de Cascade d'Ars en ik ben net op tijd terug bij de camper nog voor een onweer losbarst en de regen met bakken naar beneden klettert. Na de bui vertrek ik naar Foix via de D8. Dit is een prachtige, kronkelende weg die over 2 cols loopt, eerst de Col d'Agnes (1570 m) en daarna de Port de Lers (1517 m). Onderweg kom je ook nog voorbij het meer van Lers. Steeds hoger klimt de camper voortdurend in 2de versnelling, de panorama's worden weidser, tot we boven de wolken uitkomen waar je kilometers ver kunt zien. Dan de afdaling met vele haarspeldbochten (goeie remmen zijn een must) langs de bergwanden, doorheen wouden om tenslotte aan te komen in bergdorp Vicdessos. Vandaar verder tot in Tarascon waar je de snelweg naar Foix kunt nemen. 
Nog veel meer foto's in dit album: Ariège 2014 - Volgende keer: levende en dode gedachten.
En enkel een mooi liedje kan de pracht der natuur evenaren. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen